Breda mag fietsen niet meer losknippen
Breda is door de rechter vorige week teruggefloten bij zijn aanpak van losstaande fietsen in de binnenstad. Volgens de Fietsersbond speelt soortgelijke problematiek op tal van plaatsen in Nederland. Breda wees in november 2007 vrijwel de hele binnenstad aan als gebied waar het verboden is om (brom)fietsen onbeheerd buiten stallingen of rekken te laten staan. Volgens de gemeente staan de fietsen in de smalle, veelal autovrije straatjes van het centrum regelmatig in de weg, waardoor winkels onbereikbaar zijn en hulpverleners er niet altijd door kunnen. Er zijn ook genoeg stallingen, dus de fietsen hoeven niet los te staan, betoogde de gemeente. De rechter oordeelde vorige week echter dat dit laatste onvoldoende was onderzocht en dat er daarom een nieuw besluit moet komen over het bezwaar van de Fietsersbond. Tegelijkertijd ziet de rechter ‘geen reden om te twijfelen aan het belang van een verbod voor alle aangewezen straten’, aldus het vonnis. Henk Hilhorst van de Fietsersbond Breda: ‘Wij dringen al jaren aan op meer stallingen en fietsrekken, maar daar is heel lang niks mee gedaan.’Vorig jaar heeft de Fietsersbond op een zaterdagmiddag zelf tellingen verricht. In stallingen en beugels was in totaal plek voor 2250 fietsen, terwijl er op dat moment 3415 fietsen (los en ‘geparkeerd’) in de binnenstad werden gesignaleerd. Inmiddels heeft Breda besloten om de drie grote stallingen in het centrum vanaf januari gratis te maken. Verkeerswethouder Wilbert Willems (Groen- Links): ‘Het is een misverstand dat wij streven naar een fietsvrije binnenstad. Alleen die fietsen die daadwerkelijk in de weg staan, worden weggehaald. Daar gaan we ook mee door, alleen moeten we dat na het vonnis van de rechter nu dus beter onderbouwen.’Volgens de landelijke Fietsersbond is ‘het verhaal over de onbereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten in het geval van Breda een gelegenheids-argument’. Juridisch medewerker Theo Zeegers: ‘Dat probleem speelt echt niet in alle straten waar het fietsparkeerverbod geldt. Waar het werkelijk om draait, is dat men die losse fietsen gewoon lelijk vindt voor het stadsgezicht. Maar zeg dat dan eerlijk, zoals bijvoorbeeld Tilburg en Nijmegen dat in het verleden ook hebben gedaan.’ Volgens Karel Peeters, afdelingshoofd repressie van de brandweer in Breda, vormen fietsen die in de weg staan ‘niet echt een knelpunt’. Peeters: ‘Ik kan me geen incidenten herinneren waarbij fietsen opgepakt moesten worden om erdoor te kunnen. Dit is voor ons niet echt een probleem. Ook landelijk gezien struikelen de hulpverleners in oude binnensteden niet bepaald over losse fietsen, zo leert een rondgang langs een aantal woordvoerders. ‘Wij ervaren geen problemen’, zegt Monique Roedoe, woordvoerster van V & VN Ambulancezorg, de beroepsvereniging van ambulanceverpleegkundigen en ambulancechauffeurs. ‘Wij komen altijd wel ter plekke, maar misschien is het voor de brandweer met zijn grotere materieel anders.’ Dat lijkt - ook buiten Breda - niet het geval. Ada Kraft, woordvoerster van de NVBR (Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding): ‘Wij krijgen geen berichten dat brandweerchauffeurs hier tegenaan lopen. Landelijk is het niet een dusdanig probleem dat we er een leidraad over moeten uitvaardigen of er een brief over naar de minister moeten sturen.’
Jeroen Nan van de brandweer Amsterdam-Amstelland: ‘Wij hebben nogal wat fietsen natuurlijk, maar ook bij ons valt het reuze mee. Soms staat er een fiets tegen een brandkraan, maar dan knippen we het slot gewoon door; daar is tijd genoeg voor.’ En Peter Paul Hellings van de brandweer Utrecht: ‘Wij hebben geen specifieke problemen met fietsen, maar dat komt ook omdat er hier genoeg stallingsmogelijkheden zijn.’Dat laatste is dan ook precies waar de Fietsersbond bij gemeentebesturen op tal van plaatsen in het land op hamert. Met meer stallingsmogelijkheden worden twee vliegen in één klap geslagen: ‘Het wordt er mooier van, én ordelijker, want fietsen die netjes in rekken staan, nemen veel minder ruimte in beslag’, aldus Theo Zeegers. In diverse gemeenten zijn er inmiddels, al dan niet na rechtszaken zoals nu in Breda, oplossingen gekozen die minder drastisch zijn dan een algeheel fietsparkeerverbod. Soms is ‘kortparkeren’ toegestaan (Nijmegen, Tilburg, Maastricht) en steeds vaker komen er ondergrondse parkeerkelders (Zutphen, Deventer).Zeegers: ‘Maatregelen zijn hoe dan ook echt nodig. Onderzoek wijst uit dat het fietsen naar stations de laatste vijf jaar met zo’n vijftig procent is gestegen. Als gemeenten de fietsen eenmaal gaan tellen, ontdekken ze overal dat het er veel meer zijn dan ze dachten. Al die mensen die op de fiets komen, komen dus niet met de auto. En gemeenten realiseren zich vaak onvoldoende dat autoparkeren óók veel geld kost.’ Wat de Fietsersbond betreft zouden gemeenten een voorbeeld kunnen nemen aan Groningen. In die stad, genomineerd voor de titel ‘Fietsstad 2008’, zijn enkele plekken aangewezen waar fietsen niet los mogen staan, voor de rest mag het wel. Er is voldoende gratis stallingsruimte en op spitsuren plaatst de gemeente tijdelijk extra fietsrekken. (bron: Binnenlands Bestuur)
GEHANDICAPTENPARKEERKAART
Een mevrouw parkeert op de gehandicaptenparkeerplaats van de buren, die met vakantie zijn. De buren hebben een vuilniszak over het bij de parkeerplaats behorende verkeersbord gedaan. Ze was daardoor in de veronderstelling dat ze de parkeerplaats zou mogen gebruiken. Nadat haar een sanctie was opgelegd heeft ze inlichtingen ingewonnen bij Stadstoezicht, waar men haar met grote stelligheid vertelde dat het is toegestaan bij langere afwezigheid een invalidenreserveringsbord af te dekken. Het Gerechtshof te Leeuwarden oordeelde op 4 augustus jl. dat het voor eigen rekening en risico komt dat overtreedster in de - onjuiste - veronderstelling verkeerde dat deze uitzondering op de verkeersregel mogelijk was. De omstandigheid dat deze - onjuiste - veronderstelling van de betrokkene mede werd ingegeven doordat het bord voordat de betrokkene de gedraging verrichte met een vuilniszak afgedekt is geweest, doet hieraan volgens het Hof niet af. Immers, nog daargelaten welke betekenis er mag worden toegekend aan het op deze manier afdekken van een verkeersbord, niet is gesteld dat op die vuilniszak enig, mogelijk van bevoegde zijde afkomstig , op schrift was aangebracht waaruit eventueel zou kunnen worden afgeleid dat het verbod tijdelijk niet gold. Ook de omstandigheid dat een medewerker van Stadstoezicht aan de betrokkene zou hebben meegedeeld dat het op deze wijze afdekken van een dergelijk bord is toegestaan, maakt dit oordeel niet anders. De betrokkene heeft immers eerst met de medewerker gesproken nadat zij de sanctie opgelegd heeft gekregen, zodat de - onjuiste - veronderstelling van de betrokkene niet mede door deze mededeling kan zijn ontstaan.
Bron: Opportuun